NUGGETS – onbekende en vergeten goudklompjes uit de pophistorie, vrij 16 oktober 22-23 u + ma 19 oktober 22-23 u (hh)
Jack Jersey & The Jordanaires – Honky Tonk Man (1975)
Starbuck – I Got To Know (1976)
Uncle Sound – Beverly Hills (1968)
Doug Ashdown – You Are All I Need To Know Of Love (1974)
The Drifters – This Magic Moment (1959)
Tonio K. – Better Late Than Never (1978)
Rene & His Alligators – Guitar Boogie (1962)
Kenny Loggins – I’m Alright (1979)
The Good Rats – For The Sake Of Anyone (1968)
Helen Bryant – I’ve Learned My Lesson (1961)
Jimmy Castor Bunch – Troglodyte (Cave Man) (1972)
Nucleus – Song For The Bearded Lady (1971)
John Mayall & The Bluesbreakers – I’m Your Withdoctor (1965)
Renaud – Mistral Gagnant (1985)
Walter Jackson – It’s An Uphill Climb To The Bottom (1966)
Blue Ridge Rangers – Jambalaya (On The Bayou) (1973)
Jack Jersey & The Jordanaires – Honky TonkMan:
Elvis kent nog steeds vele fans en hij heeft meer dan 600 miljoen platen verkocht. Slechts een bandje uit Liverpool deed het nog beter en de nummer drie uit de lijst moet het toch met 200 miljoen minder doen. Een enorme prestatie voor een man die in 1977 overleed. Na zijn dood zijn er vele liedjes over hem gezongen, waaronder I Remember Elvis Presley door Eddy Ouwens aka Danny Mirror en The King Is Gone van Ronnie McDowell. Beiden die-hard fans. Een de mooiste is Walking In Memphis door Marc Cohn. In deze battle moet het liedje over Elvis gaan, maar ik heb gekozen voor een liedje dat Elvis gezongen zou kunnen hebben, maar bovenal de sfeer van The King ademt. Zijn naam wordt weliswaar niet in het gekozen liedje genoemd, maar soms zijn woorden overbodig.
Jack de Nijs had diverse baantjes, maar zijn hart lag in de muziek waarin hij in 1969 definitief terug keerde met optredens en werk bij een productiemaatschappij. Hij schreef vele hits; enkele werden zelfs wereldhits. Zelf had hij als soloartiest ook kleine hits, maar toen hij in Cannes zijn laatste penneroersel I’m Calling aan de man probeerde te brengen stelde Will Luikinga hem voor het zelf in te zingen. Hij koos voor de naam Jack Jersey. Zelf had hij het niet in de gaten, maar steeds meer mensen vonden hem vanwege zijn stem een Elvis-imitatie. Uiteindelijk besloot hij het spel maar mee te spelen en trad hij vaak op in een zelfde outfit als Elvis. In 1974 kwam het album In The Still Of The Night uit en kreeg hij een uitnodiging van Capitol Records in de V.S. Ze wilden dat hij een elpee in Nashville met The Jordanaires – de begeleidingsgroep van Elvis – opnam. Dat ging heel relaxed, maar binnen 12 uur stond de hele elpee op de band in tegenstelling tot de stress in de Nederlandse studio’s en de lange tijd van opnamen (soms tot 14 dagen aan toe). De hit van het album was I Wonder.
In 1977 organiseerde Radio Veronica op de verjaardag van The King (8 januari) een Elvis-dag: zes uur lang alleen maar muziek van Elvis. Jack Jersey spreekt een aantal jingles in. In 1978 krijgt hij een uitnodiging van Jerry Weintraub en Neil Diamond, die kansen zagen op voorwaarde dat hij zich zou aanpassen aan de Amerikaanse stijl en dat betekende minimaal een jaar in de V.S. wonen. Hij sloeg het af, want behalve dat zijn kinderen dan daar naar school moesten kon hij de vele werkzaamheden als componist en producer niet meer uitvoeren. In 1979 neemt hij op verzoek van de Elvis-fanclub in Nederland een album op: The King And I.
Jack Jersey wordt in Nederland als zanger ondergewaardeerd en te vaak wordt zijn muziek als MOR betiteld. Onterecht, want zijn muziek heeft weliswaar een Elvis-gevoel maar zijn eigen creaties.





Andere actuele programmaberichten:


