NUGGETS – onbekende en vergeten goudklompjes uit de pophistorie, vrij 13 februari 22-23 u + ma 16 februari 22-23 u (hh)

Carnaval staat voor de deur en dus doen we een rondje mee.

Eric Clapton – Carnival (1976)
Earl King – Street Parade (1970)
Southwind – New Orleans (Mardi Gras) (1968)
Paul Simon – Take Me To The Mardi Gras (1973)
Gino Vannelli – Mardi Gras (1977)
Professor Longhair – Go To The Mardi Gras (1959)
Joe Sample Ft. Josie James – Burning Up The Carnival (1980)
Dr. John – Iko Iko (1972)
Antonio Carlos Jobim – A Felicidade (1959)
The Meters – Hey Pocky A-Way (1974)
Santana – Carnival-Let The Children Play-Jugando (1977 Live)
Alan Price Set – Don’t Stop The Carnival (1968)
Bobby Charles & The Band – Down South In New Orleans (1977)
Gal Costa – Festa Do Interior (1981)
The Seekers – The Carnival Is Over (1965)

Gino Vannelli – Mardi Gras:

Zon, een drankje op een terrasje en van achter de zonnebril de flanerende voorbijgangers bekijken. Het heeft iets voyeuristisch, maar in de zomer is het de meest beoefende sport van beide sexen. Nu ben ik zelf een heel slecht beoordelaar van de aantrekkingskracht van mannen, maar ook ik moest – medio jaren zeventig – bekennen dat Gino Vannelli een mooie jongen was; een echte ‘hunk’. Deze Canadese Adonis met zijn borstbont en lange haren maakte niet alleen hele goede muziek, maar wist de harten van de dames (en ongetwijfeld enkele heren) sneller te laten kloppen. Wanneer je zijn naam liet vallen zag je aan de dromerige blik dat ze geen bezwaar zouden hebben een beschuitje met hem te eten. Jaloersmakend.

Geboren in Quebec (1952) wist hij een contract bij Herb Alpert’s A&M Records af te dwingen door net zo lang bij de uitgang te wachten tot hij een demo in zijn hand kon stoppen om een auditie af te dwingen; het begin van zijn imposante muzikale leven. Het eerste album (Crazy Life) leverde geen directe doorbraak, maar bracht hem wel waardering. Toen in 1974 de opnamen van de LP Powerful People niet naar zijn zin gingen, besloot even bij het zwembad te gaan liggen. Opeens hoort hij iemand Crazy Life zingen en dat bleek Stevie Wonder te zijn; hij nodigde Vannelli uit om als voorprogramma met hem op korte tournee te gaan. Hij was ook de tweede blanke in het programma Soul Train met People Gotta Move. Toen hij hiervoor uitgenodigd werd vroeg hij de organisator, Don Cornelius, of hij zich realiseerde dat hij geen zwarte huidskleur had, maar deze antwoordde dat hij hem meer als niet-wit zag. Hierna nam zijn carrière een vlucht.

Zijn bekendste hits in Nederland dateren uit medio jaren tachtig, en vanaf 1995 werden zijn liedjes meer jazzy en werkte hij onder andere met de Dokey Brothers, hetgeen het onwaarschijnlijk mooie Tender Lies opleverde. In 2003 kwam hij met Canto; een album in vier talen (Italiaans, Frans, Spaans en Engels) en die hem een uitnodiging van de paus voor een concert opleverde. Sinds 2007 leeft hij afwisselend in Amersfoort en de U.S.A.

In 1977 neemt hij A Pauper In Paradise op dat op de tweede kant bijdragen van het Royal Philharmonic Orchestra bevatte, waaronder een vijftien minuten durende titelsongsymfonie waar hij vijf maanden over deed om te schrijven. Het bracht A&M ertoe hem te waarschuwen dat hij zijn aantrekkingskracht moest vergroten, anders zou hij te maken krijgen met een snelle daling van de albumverkoop. Hij nam het ter harte, want de opvolger scoorde weer als vanouds. Neemt niet weg dat A Pauper In Paradise een goede plaat is geworden met als openingsnummer Mardi Gras.