NUGGETS – onbekende en vergeten goudklompjes uit de pophistorie, vrij 13 maart 22-23 u + ma 16 maart 22-23 u (hh)

The American Breed – Green Light (1968)
Lester McCartney – Living In The Past (1984)
Sonny Boy Williamson II – Help Me (1963)
Slade – Coz I Luv You (1971)
Ferrante & Teicher – Exodus (1961)
Susan Jacks – You Don’t Know What Love Is (1972)
Dean Parrish – I’m On My Way (1967)
Rose Tattoo – Rock ‘n’ Roll Outlaw (1978)
Countdown – Alexandrina (The Great) (1968)
Peter McCann – Do You Wanna Make Love (1977)
The Coronets – Do, Do, Do, Do, Do, Do, Do It Again (1954)
Bruce Ruffin – Rain (1971)
Shy Limbs – Reputation (1969)
Judy Thomas – Golden Records (1964)
Stephen Sulke – Lotte (1976)
Kim Fowley – Mr. Responsibility (1965)
Betty Wright – If You Think You’ve Got Soul (1973)
Jona Lewie – You’ll Always Find Me In The Kitchen At Parties (1980)

Stephan Sulke – Lotte:

In huize Tricky Dicky hebben we een standaard uitspraak wanneer iemand niet luistert: Hallo! maar dan op z’n Duits met een heel zeurderig toontje. Overigens zijn Ich habe es nicht gewusst (het origineel van geen actieve herinnering ergens aan hebben) en Ach so! populair.

Dat was het bruggetje naar Duitstalige muziek, want het was heel even ganz schwer een mooie anderstalige bijdrage voor Nuggets te vinden. In mijn jeugd hoorde je het vaak op de radio. Vrijwel zonder uitzondering draken van liedjes. Oké, marmer, steen en staal (kom ik later op terug) was leuk en in iets mindere mate Monja van Roland W(eet ik veel), dat maar liefst 25 weken in de Top 40 stond zonder ooit hoger dan de 23ste plek te komen. Ik vond en vind het bij vlagen interessant en in de huidige eeuw zit er heel goed materiaal tussen. Maar laten we bij het begin beginnen en los van die vreselijke Schlagers is er natuurlijk Krautrock, alhoewel er ook in dit genre erg veel Scheisse gemaakt is. Der Udo maakt al heel acceptabele muziek en met Nina Hagen kwam de Schwung er weer in. Fantastisch eerste album; de tweede was – waarschijnlijk wegens tijdgebrek – weinig Cha Cha en leverde veel minder brood op de plank. Dan krijgen we de Neue Welle (in de rest van de wereld gewoon New Wave) met leuke exponenten als Spider Murphy Gang, Freiheit en natuurlijk Nena, die zo zwoel kon zingen dat die luchtballonnen vanzelf omhoog gingen.

Duitsland is van oudsher een metaalland. Waarschijnlijk een overblijfsel van een bepaalde periode, want toen ging het hard op hard. Aufmachen, want Arbeit macht frei. Maar de meeste metalbands zingen in het (steenkolen)Engels en vielen dus direct af. Bovendien moet ik eerlijk stellen dat op de albums van bijvoorbeeld Scorpions in de jaren zeventig weinig lekkers valt te ontdekken. Hun Wind Of Change kwam pas met Love At First Sting in 1984.

Tussen al het bovenstaande waren er twee singer-songwriters die er wat mij betreft met kop en schouders boven het gemiddelde uit staken: Reinhardt Mey en Stephan Sulke. De laatste is overigens in Shanghai geboren (1943) uit een Duitse (Joodse) vader en een Zwitserse moeder op de vlucht voor die debielen die zes jaar lang de wereld in hun greep hielden. In 1949 overleed zijn vader en kon hij niet terug naar Duitsland en kwamen zijn moeder en hij in Zwitserland terecht. In 1965 neemt hij zijn eerste singeltje op, maar pas in 1974 gaat hij in het Duits zingen. Zijn grootste hit wordt Lotte, dat hij voor de eerste keer op TV zingt bij Nederlands ‘talenwonder’ en flauwiteitenkabinet Rudi Carrell in het programma Am Laufenden Band. Een kopie van Een Van De Acht met Mies Bouwman, waar men anno 1970 nog heel tevreden was met bijvoorbeeld een mixer als prijs.

Het lied is een van de mooiste liedjes over liefde en verdriet. Een terugblik op de hemelse verliefdheid en het afscheid. Ook na bijna 50 jaar is mijn liefde voor dit lied nog altijd warm.