NUGGETS – zoektocht naar onbekende goudklompjes uit de pophistorie, vrij 23 september 22-23 u + ma 26 september 22-23 u (hh)

Paul’s Collection – Music Is My Life (1970)
The Mark V – I’m Through With You (1965)
Honest Men – Who You Got To Love (1971)
Ralph McTell – Michael In The Garden (1969)
Eve Brenner – Le Matin Sur La Rivière (1976)
Talk Talk – My Foolish Friend (1983)
Curtis Carrington – I’m Gonna Catch You (Cutting Out On Me) (1958)
Steve Groves Band – On The Loose (Again) (1977)
Zuider Zee – Provocative Child (1966)
Robert Long – Afscheid (1974)
Soft Pillow – Everybody Knows (Gilbert Green) (1968)
Aretha Franklin – Spirit In The Dark (1970)
Eric Clapton & The Powerhouse – I Want To Know (1966)
The Soft Boys – Wey Wey Hep Uh Hole (1979)
Engelbert Humperdinck – If It Comes To That (1967)
Passport – Tatort (1970)

Talk Talk – My Foolish Friend:

Slechts vijf elpees in tien jaar tijd, waarvan de eerste heel veel van dezelfde New Wave-achtige middelmaat was. Slechts het titelnummer Talk Talk ontsteeg de saaie brij. Het laatste album kwam van een andere planeet: zó experimenteel, dat de gekozen naam van het album –  Laughing Stock – wel moet getuigen van een vooruitziende blik.

Ik ben (volgens mijn vrouw) Oost-indisch doof en een geheugen als gatenkaas, maar qua muziek lijkt de bibliotheek in de bovenkamer nooit te falen. Dus toen ik mijn wekelijkse jaren ’80 bijdrage zocht herinnerende ik mij een concertregistratie van Talk Talk (1984) op de radio en dat heb ik toen op een cassettebandje gezet. ‘Even’ op zolder zoeken. Het was niet meer in geweldige staat, maar nog net goed genoeg om nog één keer te beluisteren voordat de laatste restjes van de magneetband afgetrokken werden. Een prima concert. Live met een strak geluid met de nasale klanken van Mark Hollis. Inclusief My Foolish Friend: iets langzamer dan de singleversie waardoor het uit de New Wave getrokken werd. Het kreeg daardoor een geluid dat hun gemiddelde ver oversteeg en het lied misschien wel eeuwigheidswaarde gaf.

Robert Long – Afscheid:

Er zijn een paar muzikanten waar ik acuut stil van wordt en even rustig voor ga zitten. Robert Long’s stem en zijn teksten hebben die kwaliteit. Hij wisselt serieuze onderwerpen af met liedjes volgepropt met taalgrappen of heerlijk vulgaire banaliteiten. In het theater had hij in wijlen Leen Jongewaard een perfecte medestander, want beiden schopten regelmatig en hard tegen de heilige huisjes.

Long (vanwege zijn lengte) is een vreselijk onderschatte kleinkunstenaar en entertainer. Het is jammer dat je zijn liedjes nog zo weinig op de radio hoort of zijn shows op TV ziet in plaats van banale ‘reality-shows’ en de eindeloze herhalingen van herhalingen van herhalingen.

Hij begon als zanger in de reli-groep (Unit) Gloria, die twee grote hits had met Our Father en The Last Seven Days. Na zijn vertrek in 1971 kwam hij – na twee Engelstalige hit(je)s – met de klassieker Vroeger Of Later (’74). Ik heb mij altijd afgevraagd wat er in die tussenliggende periode gebeurt moet zijn om van een religieus mens ineens te veranderen in een persoon die fel gekant was tegen alles wat met ‘geloof’ te maken had, getuige zijn Het Leven Was Lijden en Jezus Redt. Op latere albums  kwamen daar Homo Sapiens en Perebloesem nog bij, maar ook in zijn shows schuwde hij geen confrontatie. Het enige wat hij er over kwijt wilde was dat hij vond dat juist de kerken de emancipatie van homoseksuelen in de weg stonden, en mede verantwoordelijk waren voor de homohaat.

Vrijwel al zijn albums verkochten goed en zijn vol van scherts, satire, liedjes en ander snoepgoed. Ik zou geen top 5 van mijn persoonlijke favorieten kunnen geven, omdat er simpelweg te veel mooie liedjes zijn. Ondergewaardeerd zijn de meesten.

Jan Gerrit Bob Arend Leverman is begraven in mijn geboortestad Den Haag en bij zijn graf staat een beeldje met de door hem bedachte tekst: Iemand, in elk geval één, heeft er van hem gehouden. Sorry, Robert. Je doet jezelf te kort.