NUGGETS – zoektocht naar onbekende goudklompjes uit de pophistorie, vrij 29 juli 22-23 u + ma 1 augustus 22-23 u (hh)

Steve Miller Band – Keeps Me Wondering Why (1982)
Walter Scott – Listening To Mozart (1971)
The Essex – Easier Said Than Done (1963)
Roger Daltrey – It’s A Hard Life (1973)
Ennio Morricone – For A Fistful Of Dollars (1964)
Camille Yarbrough – Take Yo’ Praise (1975)
The Explosions – Long Long Ago (1963)
Kay Jackson – Carnival (1972)
Julie Driscoll, Brian Auger & The Trinity – Road To Cairo (1969)
Kiki & Pearly – Patrick, Mon Chéri (1976)
High Inergy – You Can’t Turn Me Off (In The Middle Of Turning Me On) (1977)
Frank Zappa – Don’t Eat Yellow Snow (Suite) (1974)
Massiel – La La La (1968)
Ray Merrell – Happy Weekend (1971)

Steve Miller – Keeps Me Wondering Why:

Het is alweer 40 jaar geleden dat ik een rondreis door het Oostelijk deel van Australië maakte: Melbourne, Sydney, Brisbane, Surfer’s Paradise, Townsville en Cairns. Wat onmiddellijk opviel was de ‘laid-back’ mentaliteit van de Aussies. No worries, mate. Iets anders wat opviel was het gebrek aan goede koffie. In die tijd waren er nog geen koffiebarretjes en het bruine goud kwam uit een busje: poeder met heet water. Jakkes. We hebben uiteindelijk ergens bij een Italiaan echte koffie kunnen drinken, maar vier espresso’s waren misschien iets te veel van het goede. Een tikje hyper achter het stuur van de huurauto. O ja, Australiërs kunnen niet achteruit inparkeren. Ik zie nog de open monden toen ik de auto op een parkeerplekje neerzette.

Na de vele indrukken hadden we besloten een weekje naar Fiji te gaan. Voor de broodnodige ‘rust’ en gelukkig kwamen we bedrogen uit. Heerlijk weer, prachtige stranden en mooie vrouwen. Feestje hier, feestje daar. Elke middag zaten we te genieten met op de achtergrond muziek uit de piepkleine cassetterecorder (pre-walkman, dus) die ik had meegenomen. Heel veel Europese rockmuziek, maar ook de nieuwste van de Steve Miller Band. Een duizendpoot die er geen enkel probleem mee heeft om gelijktijdig aan meerdere albums te werken. Eerder deed hij dat met Fly Like An Eagle en Book Of Dreams, om later hetzelfde kunstje uit te halen met Circle Of Love en Abracadabra. Zijn veelzijdigheid maakt tegelijkertijd dat de man niet zo makkelijk in een vakje valt te stoppen.

Keeps Me Wondering Why is de albumopener gevolgd door de megahit Abracadabra. Voor meeste dames nog onbekend, want het album was toen ik er was vers van de pers. Abracadabra, I’m gonna reach out and grab ye.

Frank Zappa – Don’t Eat The Yellow Snow:

Tegenwoordig hebben we zo’n beetje elke dag van het jaar wel een themadag. De meest uiteenlopende zaken krijgen op deze bepaalde dag meer aandacht. Tenminste, dat is de bedoeling. Hier zijn een paar voorbeelden: Chocolademousse-dag, Wandel naar het werk-dag, Eenhoorndag en Draag je pyjama naar werk-dag. Persoonlijk heb ik hier mijn bedenkingen over, maar ongetwijfeld heeft een heel regiment tal van vergaderingen (en declaraties) hieraan besteed. Gelukkig zitten er ook echt belangrijke dagen tussen: Huisdierdag en Dolfijnendag.

Onze twee honden hebben we alweer twee en drie jaar geleden moeten laten inslapen, maar het voelt als gisteren. Wij zijn gek op dieren en daarom kan ik niet begrijpen dat er (on)mensen zijn die hen wreed behandelen, al dan niet uit winstbejag. Elke keer wanneer ik weer eens een artikel lees dat er verwaarloosde dieren aangetroffen zijn wil ik het liefste met de honkbalknuppel een bezoekje brengen. Evenzo voor stroperij en Japanse ‘onderzoeksboten’ die op dolfijnen en walvissen jagen. Mijn maag draait zich om bij het zien van het afslachten van jonge zeehondjes voor hun bontje, zodat omhooggevallen trutten zich ‘gepast’ gekleed naar hun status kunnen presenteren. Walgelijk.

In 1974 presenteerde Frank Zappa het album Apostrophe. Dit album zou uiteindelijk (net als de voorganger Overnite Sensation) de gouden status bereiken, maar Apostrophe wist het zelfs tot de 10de plek in de album Top 200 te schoppen en de single Don’t Eat The Yellow Snow (van 3 minuten en 26 seconden) haalde zelfs de 86ste positie. Dat lijkt niet erg hoog, maar in Zappiaanse termen is dat bijna een wereldhit. Echter, op het album is het lied de openingsact van een suite verder bestaande uit Nanook Rubs It, St. Alfonso’s Pancake Breakfast en Father O’Blivion; een totaal van 10 minuten en 53 seconden.

De suite gaat over een man die droomt dat hij een eskimo is, genaamd Nanook. Hij ontmoet een pelsjager die zijn favoriete zeehondje probeert dood te slaan. Nanook wordt zo kwaad dat hij gele sneeuw in de ogen van de jager smeert waardoor deze blind wordt. Deze gaat vervolgens naar de parochie van St. Alfonzo, waar een andere man zich vreselijk misdraagt door margarine te pikken, op de bingokaarten te plassen en een aantrekkelijke kerkgaande vrouw van een afwezige marinier verleidt. De dienstdoende priester, Vivian O’Blivion, is ook niet helemaal fris, want deze heeft vreemdsoortige seksuele relaties en is vol van insinuaties.

Een vreemde droom, maar ik heb wel vreemdere gehad en helemaal na een avondje zwaar tafelen. Gele sneeuw in de ogen smeren is ook heel begrijpelijk, maar na het zien van de beelden van de beestachtige wijze waarop dieren mishandeld of doodgeslagen worden ben ik in mijn dromen wel aanzienlijk wraakzuchtiger. In mijn boekje komt de pelsjager bij Zappa er dus nog genadig vanaf, want ik was met de honkbalknuppel even langs gegaan. Koekje van eigen deeg.