192 Radio player
192 Radio player

NUGGETS – zoektocht naar onbekende goudklompjes uit de pophistorie – vrijdag 19 juni 22-23 u

De draailijst:

The Miracles – Love Machine (1975)

Gary O’Shannon Group – The Barrel Organ (1969)

Stevie Wonder – You Haven’t Done Nothing (1974)

Elmore James – Dust My Broom (1951)

Motherlode – Memories Of A Broken Promise (1969)

Heart – Dog & Butterfly (1978)

Al Wilson – The Snake (1968)

Sutherland Brothers & Quiver – (I Don’t Wanna Love You But) You Got Me Any Way (1973)

The Deejays – You Must Be Joking (1965)

Doug Ashdown – They Always Seem To Look Like Marianne (1974)

Essra Mohawk – It’s Been A Beautiful Day (1969)

Dick Annegarn – Bruxelles (1974)

The Deviants – Somewhere To Go (1968)

The Sweet – Set Me Free (1974)

Cathie Taylor – Baby, Baby, Have You Got Cheatin’ On Your Mind (1968)

John Barry – Theme From The Persuaders (1971)

In de Nuggets van 19 juni aandacht voor drie singer-songwriters en natuurlijk zetten we twee jarigen in the spotlight.

Stevie Wonder – You Haven’t Done Nothin’

Niemand kan My Cherie Amour zou mooi uitspreken als Stevland Hardaway Judkins, alhoewel het lied oorspronkelijk Oh My Marcia heette; de liefde hield geen stand en Stevie veranderde de titel. Hij is een bescheiden mens ondanks zijn successen. Bovendien is hij heel sociaal bewogen en geeft talloze benefietconcerten voor goede doelen. Hij was onder andere betrokken bij We Are The World en That’s What Friends Are For om Aids-onderzoek te steunen. Tevens is hij een democraat in hart en nieren en zeer politiek bewust. Eind jaren zestig en begin jaren zeventig was hij betrokken bij de zwarte Civil Rights Movement, en begin jaren tachtig is hij gearresteerd, terwijl hij protesteerde tegen Apartheid bij de Zuid-Afrikaanse ambassade. Hij is verantwoordelijk voor het initiëren van een Martin Luther King-dag, en in 2008 en 2012 was hij actief betrokken bij de campagne van Barack Obama.

Begin jaren zeventig waren veel Afro-Amerikanen niet tevreden over de voortgang van het herstellen van raciale en sociale ongelijkheid. Veel van deze frustratie kwam voort uit de post-1968 leiderschap vacuüm in de burgerrechtenbeweging, de komst van de stedelijke vernieuwing programma’s die veel zwarte stadswijken dreigde te elimineren, en door de erosie van de opkomende zwarte middenklasse. Met name Richard Nixon werd hiervoor verantwoordelijk gehouden.

Stevie Wonder kwam op Innervisions met een voorzetje middels He’s Misstra-Know-It-All, waarna eind ‘73 Frank Zappa het stokje overnam met Dickie’s Such An Asshole, waarin hij de president veroordeelde voor stupiditeit en de (terechte) vraag stelde how’d that asshole ever manage to get in (office). De estafette was nog niet ten einde, want Stevie kwam op zijn beurt met You Haven’t Done Nothin’ op Fulfillingness’ First Finale. De plaat kwam 2 weken voor het aftreden van Nixon uit, maar deed niets af aan de boodschap.

The Sweet – Set Me Free

Toen de glamrock met haar kostuums, make-up, plateau-zolen en glitter in de muziek opdook was ik een puber. De muziek varieerde van bubblegum zoals The Rubettes tot de rockacts van David Bowie en Roxy Music. Eén van de leukste exponenten was The Sweet. Begonnen in 1968 als Sweetshop hadden ze in 1971 dikke hits met meezingers met een eeuwig voortdurend refrein zoals Funny Funny en Co-Co; het bijbehorende album daar aantegen raakten ze aan de straatstenen niet kwijt.

De daaropvolgende jaren werden er louter singles uitgebracht, die vrijwel allen minimaal de Top 5 in de Europese landen behaalden met op de B-zijde een (hard)rocknummer als tegenwicht voor de bubblegum op de voorzijde. Tijdens hun concerten speelden ze vrijwel uitsluitend de B-zijden aangevuld met een rock & roll-mix, maar zelden de grote hits. Gaandeweg werden de composities van Chinn-Chapman vanaf Block Buster weliswaar steviger, maar The Sweet wilde hardrock spelen en niet langer een glamrockband zijn. Op beide albums uit 1974 zijn er nog maar 2 liedjes per plaat van dit componisten- en producersduo terug te vinden en snel daarna werd gebroken met Chinn-Chapman. Het daaropvolgende – door henzelf geproduceerde – album bestond nog uit louter zelfgeschreven liedjes, waaronder de klassieker Action. Maar het lied dat de koerswijziging definitief maakte was Set Me Free: het openingsnummer van de elpee Sweet Fanny Adams.

Overigens zou The Sweet in 1978 wederom voor een koerswijziging kiezen met het album Level Headed: een onderschatte klassieker. Het zou tevens het laatste album met de alcoholistische zanger Brian Connolly worden. De druppel was een optreden in Birmingham (Alabama) als support-act van Bob Seger, waarbij hij ten overstaan van enkele managers van hun platenlabel dronken en onsamenhangend ‘zong’ en kort in de set bewusteloos in elkaar stortte.