192 Radio player
192 Radio player

Nuggets: zoektocht naar onbekende goudklompjes uit de pophistorie – vrijdag 21 februari 22-23 u

Michel Polnareff – Love Me, Please Love Me

L’amour Avec Toi stond in 1966 wel 2 weken in de Top 40. Een aardig liedje passend in de tijdgeest van bloemen in je haar. Het ‘succes’ van deze plaat staat in schril contrast met zijn debuutsingle over een poppetje dat niets deed. In Frankrijk mocht L’amour Avec Toi niet voor 10 uur ’s avonds op de radio gedraaid worden vanwege het vermeende pornografische karakter. De achterkant van de single, Love Me Please Love Me was echter veel beter.

Michel Polnareff, de Franse cloon van David Bowie, was extravagant met een zonnebril (vanwege staar) en modieuze kostuums en had veel succes (tot het begin van de jaren ’80). Wel streek hij regelmatig het etablissement tegen de haren in, zoals in 1972 toen een promotionele poster zijn blote billen liet zien. Censuur en rechtszaken waren de reactie. Toen ook nog bleek dat zijn manager met zijn geld verdwenen was, vertrok hij naar de V.S. Met de liedjes Jesus For Tonight en het instrumentale Lipstick scoorde hij aan de overkant van de plas. In 1989 was hij weer tijdelijk terug in Frankrijk om daar samen met onder andere Mike Oldfield het album Kāma-Sūtra op te nemen. In de V.S. nam hij Live At The Roxy op, dat platina werd en de definitieve doorstart had kunnen zijn, maar toen werd het – behoudens twee live albums – stil. De fans wachten inmiddels meer dan 20 jaar op nieuw materiaal.

Love Me, Please Love Me heeft een lekker pianoriedeltje en de combinatie van de in het Frans gezongen tekst met de Engelse titel geven het iets speciaals. De aanzwengelende violen zorgen voor het romantische effect.  Alleen…..het is helemaal niet romantisch, want de dame (of man) in kwestie wil niets van hem weten. Ze negeert zijn smeekbeden, zegt geen woord en kijkt hem slechts verveeld aan. Elke dag hoopt hij op de ommekeer, maar helaas.

Chris Rainbow – Dear Brian

Meestal worden ‘tributes’ uitgebracht nadat de artiest overleden is. Alhoewel het in de meeste gevallen een eerbetoon is, voelt het toch een beetje als lijkenpikkerij. De meeste scoren namelijk commercieel. Ik bedoel…. wanneer je hem of haar zo verschrikkelijk waardeert of als een soort muzikale mentor en inspiratiebron ziet, heb je (meestal) tijd genoeg om dat bij zijn of haar leven te doen. Gelukkig is er altijd de uitzondering die de regel bevestigd.

Chris Rainbow heeft in 1977 een eerbetoon aan Brian Wilson van The Beach Boys gezongen. Hij heeft geen geweldige solocarrière gehad: slechts zes albums, die nauwelijks aandacht kregen. Hij overleed in 2015 overleden na een lang gevecht tegen de ziekte van Parkinson.

Rainbow zong sinds 1979 steevast een partijtje mee op acht albums van Alan Parsons Project met als hoogtepunt The Turn Of A Friendly Card. Alan Parsons noemde hem een one-man-Beach Boy. Bovendien assisteerde hij Jon Anderson en de progressieve rockgroep Camelop twee albums én Ton Scherpenzeel op zijn soloalbum. Rainbow had overigens een aparte manier van componeren. In de regel kreeg hij tijdens zijn slaap een ingeving voor een titel, die hij dan in de loop van uren uit ging werken. Hij heeft een paar juweeltjes op zijn naam staan: Give Me What I Cry For, Looking Over My Shoulder en Gimme Just A Beat, die niet zouden misstaan in het repertoire van The Beach Boys.

Vandaag weer een gewone uitzending vol met onbekende of ondergewaardeerde pareltjes:

Roek Williams & The Fighting Cats – I’ll Cry (1965)
Gary Glitter – Hello, Hello I’m Back Again (1973)
Loose Ends – Send The People Away (People gotta Go) (1966)
Luther Ingram – If Loving You Is Wrong (I Don’t Want To Be Right) (1972)
The Birds – Leaving Here (1965)
The Byrds – America’s Great National Pastime (1971)
Michel Polnareff – Love Me, Please Love Me (1966)
Chris Rainbow – Dear Brian (1977)
Steppenwolf – Monster-Suicide-America (1969)
Hank Ballard & The Midnighters – Sugaree (1959)
Jose Feliciano – Rain (1969)
Thijs van Leer – Rondo (1972)
Yvonne Baker – You Didn’t Say A Word (1967)
Flyte – Woman (1979)