192 Radio player
192 Radio player

NUGGETS – zoektocht naar onbekende goudklompjes uit de pophistorie – vrijdag 29 mei 22-23 u

Her en der een krasje op de plaat, maar wel weer een mooie gevarieerde verzameling goudklompjes:

Status Quo – Paper Plane (1972)
The Grains Of Sand
– Goin’ Away, Baby (1966)
Mike Curb Congregation – Burning Bridges (1970)
Norma Tanega
– Walkin’ My Cat Named Dog (1966)
Sundown – One Morning In May (1976)
The Canes – Why Should I Suffer With The Blues (1962)
Wishbone Ash – The King Will Come (1972)
Keith Green – How To Be Your Guy (1965)
Margie Joseph – Takin’ All The Love I Can (1971)
Nirvana – Rainbow Chaser (1968)
Kris Kristofferson – To Beat The Devil (1970)
Fear Itself – Mossy Dream (1968)
Syl Johnson
– Back For A Taste Of Your Love (1973)
Billy Lee Riley – Red Hot (1957)
The Sound Of Imker – Train Of Doomsday (1969)
Bert de Coninck – Evelyne (1976)
The Mothers Of Invention
– Stuff Up The Cracks (1968)

Nirvana – Rainbow Chaser

In 1987 startte éné Kurt Cobain een bandje, maar de naam leverde problemen op. In Engeland had Nirvana al in 1967 haar eerste singles en een psychedelisch album uitgebracht: The Story of Simon Simopath. Het allereerste conceptalbum ooit en dus nog voor bekende conceptalbums zoals S.F. Sorrow (The Pretty Things), Tommy (The Who) en Days Of Future Passed (The Moody Blues). De Engelse Nirvana was geen hoogvlieger. Het debuutalbum bracht hen weinig succes, maar de opvolger The Existence of Chance Is Everything and Nothing While the Greatest Achievement Is The Living Of Life, And So Say ALL OF US werd aanzienlijk beter ontvangen en leverde hen zelfs een hit op: Rainbow Chaser. De allereerste Britse opname geheel opgenomen met ‘phasing’.

Hun derde album Black Flower (1970) werd door Island-producer Chris Blackwell afgewezen, waardoor ze gefrustreerd naar Pye Records overstapten en het album onder een andere naam (Dedicated To Markos III) alsnog werd uitgebracht. Het werd een complete zeperd, waarna de helft van het duo opstapte. De ander maakte in zijn eentje nog een laatste succesloos album (1971).

In de negentiger jaren kwam er hernieuwde interesse in hun muziek, zodat de mannen weer bij elkaar kwamen om een (heel slecht) album op te nemen gevolgd door nog meer albums bestaande uit oud werk in een nieuw jasje. Als geintje wilden ze Nirvana Plays Nirvana opnemen met covers van Nirvana-liedjes waaronder Lithium. Het overlijden van Kurt Cobain deed hen (gelukkig) besluiten dit project los te laten.

Ongeacht, Rainbow Chaser is een geweldige single dat in Engeland de 34ste plaats wist te bereiken. Mede dankzij dit marginale succes werden ze door de Franse televisie uitgenodigd om op te treden in het programma Improvisation On A Sunday Afternoon met Salvador Dali. In elke hoek stond een band die om beurten musiceerden variërend van pop, jazz, experimentele muziek en Noord-Afrikaanse traditionele muziek. De crème de la crème van de Parijse beau-monde waren aanwezig. Natuurlijk was Dali te laat, maar dat maakte hij goed door met twee Bengaalse tijgers en twee mooie jonge vrouwen aan zijn arm binnen te komen. Gedurende twee uur speelden de bands hun repertoire en gooide Dali verf op een doek en door de studio. That afternoon was and still is the high point of our performing days.

Bert de Coninck – Evelyne

Zingen in het Nederlands, zoals Van het Groenewoud en Verminnen deden, dat wilde De Coninck ook. Via een talentenjacht komt hij onterecht in het zogenaamde kleinkunstcircuit terecht. De Coninck maakt namelijk gewoon popmuziek en hoewel hij meer heeft gedaan, is hij in Nederland alleen een beetje bekend van dat mooie liedje met die heerlijke regel suiker zegt ze en ze lacht haar tanden bloot.

Evelientje komt om kwart over tien uit bed, kalefatert wat aan zichzelf om twintig minuten later de deur open te doen voor haar minnaar, want het is een lied van overspel. Haar man blijkt een saaie van negen-tot-vijf-lul, een idioot, die ’s avonds, na wat televisiekijken, snel in slaap sukkelt.