192 Radio player
192 Radio player

NUGGETS – zoektocht naar onbekende goudklompjes uit de pophistorie – vrijdag 7 aug 22-23 u

Onbekend en soms vreemd wisselen min of meer bekende namen af met ondergewaardeerde liedjes en weer twee verjaardagen. Deze Nuggets ruim ik een kwartier in voor het meesterwerk van The Collectors uit 1967.

Op de draaitafel:

John Otway & Wild Willy Barrett – Beware Of The Flowers (1977)
Bobby Freeman – C’mon And Swim (1964)
Kevin Coyne – Marlene (1973)
The Collectors – What Love (Suite) (1967)
Supertramp – Child Of Vision (1979)
The Caps
– Dance A Little Longer (1965)
Brinsley Schwarz – Peace, Love And Understanding (1974)
The Tams – I’ve Been Hurt (1965)
Linda Perhacs – Hey, Who Really Cares (1970)
The End – Shades Of Orange (1968)
Lana Cantrell – Like A Sunday Morning (1974)
The Carnival
– Laia Ladaia (1969)
Hall & Oates – She’s Gone (1974)

The Collectors – What Love

The Collectors uit Vancouver waren van oorsprong een coverbandje, die de huisband van een wekelijkse CBS-show was. In 1967 hadden ze een nationaal hitje met Looking At A Baby. Een jaar later maakten ze het album The Collectors. De A-kant met vijf liedjes is zeker de moeite waard. Rustige nummers met soms meerstemmige zang. Invloeden van The Moody Blues en The Doors zijn herkenbaar, maar feitelijk is het de opmaat voor de fantastische B-zijde met slechts één nummer: What Love (Suite). Niet te verwarren met de albumopener What Is Love?

Tijdens het beluisteren van What Love (Suite) val je van de éné in de andere verbazing. Een dik kwartier tempo- en gemoedswisselingen; soms bijna serene jazz afgewisseld met uitzinnige ‘freakout’ op een manier en wijze dat tot die tijd niet of nauwelijks was bewandeld. Een eenzame sax met de meerstemmige Gregoriaanse zang op de achtergrond. Het klinkt heel bekend; en dat is het ook voor de luisteraars van Veronica. Het lied is gebruikt voor een actie ter behoud van de zeezender en het voorlaatste lied in het laatste uur. Bovendien vormde het de inspiratie voor Hal Dorado’s nummer 240024.

Bij release werd het album door de critici afgekraakt, maar in de loop van decennia wordt het nu gezien als een grensverleggende plaat dat meerdere muziekgrenzen tegelijkertijd overschreed. What Love (Suite) werd door de bandleden in één lange nacht gecomponeerd. Na vele repetities speelden ze het live, maar het publiek reageerde lauw tot ze het in clubs in San Francisco opvoerden. De reacties in de psychedelische gemeenschap waren wild enthousiast. Het is een muziekstuk dat meerdere keren beluisterd dient te worden om de volle invloed te beseffen en het is zelfs na 50 jaar nog steeds enorm ondergewaardeerd.

Hall & Oates – She’s Gone

Ergens eind 1974 of begin 1975 kocht ik voor een habbekrats een elpee box-set met vier elpees. Een verzamelaar met de meest uiteenlopende liedjes, die in de V.S. een hit(je) waren geweest. Obscure namen (toen) zoals Blues Image, Malo, Todd Rundgren, Jesse Colin Young, Tim Moore, Maria Muldaur en Hall & Oates, maar ook in Europa bekendere artiesten zoals Aretha Franklinen T. Rex. Het leuke was dat alle stijlen kriskras door elkaar stonden en het is min of meer de basis voor Nuggets.

Het was tevens mijn eerste kennismaking met een groot aantal artiesten. Hall & Oates, bijvoorbeeld. Zij hadden in 1973 een hitje gehad met She’s Gone van hun tweede album Abandoned Luncheonette. Tavares maakte enkele maanden later een vrijwel identieke cover, dat hun eerste #1 hit in de R&B lijst werd. Hall & Oates’ definitieve doorbraak zou pas in 1976 plaatsvinden met hun megahit Sara Smile, waarna de platenmaatschappij She’s Gone nogmaals uitgebracht heeft met als gevolg een tweede Top 10 hit. Het jaar daarop werd hun status definitief bevestigd met Rich Girl, die de hoogste positie bereikte. Pas toen kregen ze in Nederland enige bekendheid.

In tegenstelling tot vrijwel alle latere liedjes is She’s Gone gezamenlijk geschreven als gevolg van Hall’s scheiding van zijn vrouw Bryna Lublin en Oates’ afspraakje dat met Oudejaarsavond niet kwam opdagen.