NUGGETS – onbekende en vergeten goudklompjes uit de pophistorie, vrij 3 juli 22-23 u + ma 6 juli 22-23 u (hh)
Deze Nuggets kijken en luisteren we naar de overleden musici die in januari tot en met eind juni het leven gelaten hebben. Een eerbetoon aan hun bijdrage aan de pop- en rockmuziek.
David Wiffen – Driving Wheel (1971)
Rare Earth – I Just Want To Celebrate (1971)
Clannad & Bono – In A Lifetime (1985)
Traffic – Shouldn’t Have Took More Than You Gave (1971)
Osmonds – Let Me In (1973)
Santana – Hold On (1982)
Made In Sweden – I Don’t Care (1968)
Dr. Hook & The Medicine Show – Carry Me Carrie (1972)
Tarantula – Angel Of Stone (1972)
Commodores – Brick House (1977)
Sparks – Never Turn Your Back On Mother Earth (1974)
Greenslade – Bedside Manners Are Extra (1973)
Chicago – Just You ‘n’ Me (1973)
Sparks – Never Turn Your Back On Mother Earth:
In Nederland leerden we de Amerikaanse broertjes Mael pas in 1974 kennen met het derde en uitstekende vooruitstrevende album Kimono My House. De elpee had een groen hoes met de beide broers als Japanse geisha’s in kimono afgebeeld. Er stonden twee hits op: This Town Ain’t Big Enough for Both of Us en Amateur Hour. Kennelijk was ik niet de enige die onder de indruk was, want een jonge Morrissey schreef zelfs een brief naar Melody Maker: Today I bought the album of the year. I feel I can say this without expecting several letters saying I’m talking rubbish. The album is Kimono My House by Sparks. I bought it on the strength of the single. Every track is brilliant – although I must name Equator, Complaints, Amateur Hour and Here In Heaven as the best tracks, and in that order. Dertig jaar later zou dezelfde Morrissey als organisator van de 2004 versie van het Meltdown Festival Sparks uitnodigen. Tijdens optredens viel met name toetsenist Ron op vanwege zijn apathische houding en het hele foute snorretje. Broer Russell is een spring-in-het-veld met het hoge stemmetje.
De opvolger is minstens zo goed, maar verkoopt aanmerkelijk minder met de singles Never Turn Your back On Mother Earth en Something For The Girl With Everything. Sparks is met name in Engeland populair, maar veranderen continu van stijl en vertonen daarmee enige gelijkenis met David Bowie. Eind jaren zeventig zit de progrock in het verdomhoekje en Sparks richtten zich tot de Duitse elektronische muziek van Tangerine Dream, Can en Kraftwerk. Via via komen ze in contact met Giorgio Moroder en de samenwerking is een feit met het fantastische album No 1 In Heaven tot gevolg. Fans en critici zijn minder gecharmeerd, maar het blijkt een inspiratiebron voor Joy Division, Depeche Mode, Soft Cell, Erasure, Yazoo en Pet Shop Boys. Nirvana’s Kurt Cobain zei dat de gitaarriff in (Shocking Blue’s) Love Buzz van Sparks geleend was. Björk stelt dat Kimono My House een grote invloed op haar jeugd en muziek heeft gehad. Alle reden op dit album maar eens te beluisteren, want de heren waren hun tijd ver vooruit.
Pas medio jaren ’90 maken ze een come-back maken met hun kwaliteits-artpop: Gratuitous Sax & Senseless Violins met de hit When Do I Get To Sing My Way. Daarna wordt het weer rustig, maar hun laatste drie albums verkopen in Engeland weer als vanouds.





Andere actuele programmaberichten:


